CO2 maakt de toevoeging van verbrandingsgas zichtbaar
Verse omgevingslucht en motoruitlaat hebben niet dezelfde samenstelling. Bij verbranding van koolstofhoudende brandstof ontstaat CO2. Wanneer uitlaatgas met de aangezogen lucht wordt gemengd, verandert daardoor het CO2-gehalte aan de inlaatzijde. In een geschikte meetopzet kan dat verschil worden benut om de bijdrage van het teruggevoerde gas te bepalen.
Een tracer is hier een bestanddeel waaraan de herkomst van een mengsel wordt gevolgd. Er wordt voor deze uitleg geen extra stof in de motor gebracht. Het reeds aanwezige CO2 vervult de herkenningsfunctie. HORIBA beschrijft deze benadering voor EGR-analyse; het gaat om een gasbalans in plaats van een rechtstreekse verplaatsingsmeting van de klep.
Het onderscheid is praktisch: de stand van een gasopening beschrijft de positie van een onderdeel. De gemengde gassamenstelling beschrijft wat bij een bepaalde plaats is aangekomen. Zo kunnen twee technische beschrijvingen over dezelfde EGR-regeling toch een andere grootheid behandelen.
Omgevingslucht, uitlaat en gemengde inlaat hebben ieder een rol
De bekende CO2-benadering vergelijkt drie concentraties: die van de achtergrondlucht, die van de uitlaat en die van het inlaatmengsel. Eerst wordt de achtergrondbijdrage onderscheiden. Vervolgens wordt de verhoging bij de inlaat gerelateerd aan het verschil tussen uitlaatgas en achtergrond. Daardoor krijgt de mengverhouding een referentie aan beide oorspronkelijke gasstromen.
Denk uitsluitend als rekenillustratie aan twee gasmengsels met een duidelijk verschillend gehalte van een herkenbare stof. Een tussenliggend gehalte bevat informatie over hun vermenging. Het gekozen voorbeeld hoeft geen normale motorwaarde te hebben; voor een werkelijke motor horen de juiste bronconcentraties en voorwaarden bij de berekening.
Dat de uitlaat als referentie wordt meegenomen is belangrijk. Verandert haar CO2-concentratie, dan verandert ook hoeveel CO2 dezelfde bijdrage van uitlaatgas aan het mengsel toevoegt. Alleen het inlaatgetal volgen zou die tweede verandering niet afzonderlijk beschrijven.
Een gasfractie en een hoeveelheid per seconde beantwoorden andere vragen
Een concentratie benoemt het aandeel van een stof in een mengsel. HORIBA gebruikt bij de beschreven CO2-balans volumepercentages. Dat is iets anders dan kilogram gas per seconde. Een verhouding kan dezelfde waarde houden terwijl de totale hoeveelheid aangezogen mengsel verandert.
Die scheiding helpt ook bij het lezen van een meting in ppm. Ppm en procent kunnen beide een concentratie uitdrukken, maar moeten bij vergelijking naar dezelfde schaal worden gebracht. Een getal met meer cijfers is niet vanzelf een grotere gasstroom. Het onderwerp blijft welk aandeel van het bemonsterde mengsel door CO2 wordt vertegenwoordigd.
Om van een concentratie naar een totale massahoeveelheid te gaan is aanvullende informatie nodig. Hier behandelen we de tracerverhouding zelf, niet een universele omrekening naar een EGR-debiet of een voorgeschreven klepstand voor uw motor.
Infraroodmeting en monsterbehandeling horen bij dezelfde uitleg
Een NDIR-analyser benut dat bepaalde gassen infraroodstraling in kenmerkende gebieden absorberen. Cambustion beschrijft daarbij een lichtbron, een gascel en selectie van het relevante golflengtegebied. De verandering in doorgelaten straling wordt gebruikt voor de concentratiebepaling. Dit beschrijft een meetprincipe, niet een sensor die standaard in iedere auto zit.
Ook water behoort tot het monster. Wanneer een meetsysteem vocht verwijdert, verandert de basis waarop de overige gasbestanddelen worden uitgedrukt. Een droge en een natte concentratie mogen daarom niet zonder passende verwerking als dezelfde grootheid worden vergeleken.
In een gepubliceerde HORIBA-proef worden conventionele monsterdroging en verwarmde analyse tegenover elkaar gezet. Het verwarmde traject beperkt condensatie en betrekt waterinvloed in de meetverwerking. Dat fabrikantvoorbeeld verduidelijkt waarom de monsterbehandeling een onderdeel van de meetuitkomst is, niet alleen een accessoire naast het instrument.
De twee concentraties moeten bij hetzelfde verloop passen
Gas dat wordt bemonsterd moet de analyser bereiken. Het monstertraject heeft inhoud en de analyser heeft een responstijd. Tijdens snel veranderende motorwerking kan het ene signaal daardoor eerder reageren dan het andere. Een verhouding van twee zulke signalen combineert dan mogelijk verschillende momenten.
Cambustion ontwikkelt snelle CO2-analyse juist voor veranderende gasstromen en verschillende plaatsen in het EGR-traject. Dat maakt het mogelijk om de aankomst en verdeling van gas te onderzoeken. Het technische doel verschilt van een langzame gemiddelde bepaling: het verloop zelf moet herkenbaar blijven.
Bij de interpretatie horen bovendien de meetplaatsen. Gas moet voldoende representatief zijn voor de bedoelde menging. Een plaatselijke samenstelling in een kanaal is niet automatisch een volledige beschrijving van iedere afzonderlijke cilindervulling.
Bespreek welk EGR-percentage werkelijk is bepaald
Vraag bij een uitleg over een EGR-percentage of het om een klepstand, regelopdracht, modelwaarde of gasanalyse gaat. De CO2-methode laat concreet zien hoe een gasfractie kan worden onderbouwd. Ze vervangt niet automatisch de passende voertuiginformatie of alle andere functiecontroles.
AdBlue Off is bereikbaar op 085 401 6486 voor vragen vanuit Barendrecht. Onze werkplaats bevindt zich aan Damzigt 16c, 3454 PS Utrecht. Deze voorlichting claimt geen eigen motorlaboratorium of voorgeschreven gasanalyse bij ieder bezoek. We geven geen methode om de EGR- of andere emissiefunctie te omzeilen.
Handige vervolgstappen voor Barendrecht
Vragen over egr-klep uitschakelen vanuit Barendrecht
Waarom is alleen de CO2-concentratie bij de inlaat niet genoeg?
Dezelfde hoeveelheid teruggevoerd gas kan een ander CO2-gehalte hebben wanneer de uitlaatsamenstelling verandert. De tracerbenadering gebruikt daarom ook de bronconcentratie en achtergrond. Het aandeel wordt uit een verhouding afgeleid, niet uit één los inlaatgetal.
Is een gemeten gasfractie hetzelfde als de openingsstand van de EGR-klep?
Nee. De stand beschrijft een fysieke positie. De gasfractie betreft de samenstelling bij de bemonsterde plaats. De gasroute, menging en aanwezige omstandigheden verbinden beide, maar de twee percentages hebben niet automatisch dezelfde betekenis.
Waarom maakt het uit of het monster wordt gedroogd?
Waterverwijdering verandert de basis van de concentratie. De meetverwerking moet daarmee rekening houden wanneer resultaten worden vergeleken. Nat en droog benoemen hier dus een eigenschap van het gasmonster, niet alleen de toestand van de apparatuur.
Wat voegt een snelle analyser toe?
Hij kan veranderingen in gasconcentratie beter in de tijd volgen. Dat is belangrijk bij een verhouding van inlaat- en uitlaatsignalen tijdens wisselende motorwerking. Ook de monstertrajecten en hun onderlinge vertraging blijven onderdeel van die beoordeling.
